Aardrijkskunde


1. Aardrijkskunde leert je de wereld begrijpen

In de aardrijkskundeles gaat het eigenlijk steeds om de beantwoording van de vragen "waar" en "waarom daar".
Waar wordt de elektriciteit, die we gebruiken in onze huizen, opgewekt en waarom gebeurt dat nu net daar?
Waar gaan we dit jaar op vakantie en waarom gaan we juist daar heen?

De reeks "waar"- en "waarom daar"- vragen is natuurlijk vrijwel eindeloos uit te bereiden. Bij het beantwoorden van die vragen zijn vaak landkaarten nodig. Zoals de timmerman niet kan zonder zaag en hamer, zo kan de aardrijkskundige niet zonder landkaarten. Het goed leren omgaan met landkaarten is dan ook een belangrijke vaardigheid, waaraan veel tijd wordt besteed.
Voor het beantwoorden van aardrijkskundige vragen moet je ook veel weten, bijvoorbeeld het verschil tussen weer en klimaat, het verschil tussen laagland en hooggebergte enz.

Aardrijkskundige vaardigheden en kennis stellen je in staat de wereld om je heen te begrijpen. Met die aardrijkskundige bagage krijg je ook meer invloed op je eigen leven en op de wereld om je heen.



2. Het polderwerkstuk is geen Polderkolder!!!!!


Alle derdejaars leerlingen van de locatie Zoutestraat zwerven binnenkort weer in Oostelijk Zeeuws-Vlaanderen uit om in verschillende polders allerlei veldwerkopdrachten uit te voeren.

U denkt nu misschien : “Is de Polderkolder nu echt uitgebroken?” Ja en nee !!!

“Ja” de leerlingen vliegen de verschillende polders in ; en “Nee” het is geen kolder maar een bloedserieuze aangelegenheid.

In het kader van de behandeling van Nederlandse landschappen moeten de leerlingen naast theoretische kennis van zaken ook verschillende praktische vaardigheden gaan uitproberen.

Tijdens de Aardrijkskunde lessen maken de leerlingen kennis met bodem-kaarten, geologische en geomorfologische en waterhuishoudingkaarten.Ze proberen veel van de geschiedenis van hun polder te achterhalen en gaan groepsgewijs te werk met een polder van hun keuze.

Daarnaast gaat de groep de polder in en neemt bij een landbouwer een interview af ,maakt een dwarsdoorsnede van een dijk, doet een zichtmeting en gaat met een digitale camera aan de slag.Ook worden er uit de polder (uiteraard met toestemming van de landbouwer) water- en bodemmonsters verzameld die tijdens de lessen onderzocht zullen worden op bv. kalk- en ijzergehalte, zuurgraad, mineraalgehalte , fosfaat, nitraat en ammoniumchloride-gehalte komt soms ook nog aan bod (bij brak of kwelwater).

Organisch stofgehalte en het waterhoudend vermogen van de grond wordt ook bestudeerd.

Zo’n veldwerkpracticum geeft een enorme meerwaarde aan de theoretische behandeling van het Zeeuwse kleilandschap.Bovendien is het een zeer zinvolle voorbereiding op Studiehuis- constructie à la Tweede Fase waarin de leerlingen naar alle waarschijnlijkheid het volgende schooljaar mee te maken krijgen.

Zaken als : samenwerken, verdelen en plannen van werkzaamheden, zelfstandig bezig zijn, onderzoek doen en het presenteren van het eindproduct komen aan de orde.

Dus mocht U ooit een groepje derdejaars scholieren door een polder zien fietsen, steek de duim maar omhoog, draai Uw raampje van de auto maar open of stap even van de fiets af en moedig ze maar aan en wens ze – ondanks de mogelijke beroerde weersomstandigheden – maar het allerbeste toe.



Dhr.Snoeck